Minder onnodige overheidsuitgaven betekenen meer ruimte voor lagere lasten en voor meer investeringen in infrastructuur

Een efficiëntere en slankere overheid ten dienste van burgers en bedrijven met eenvoudigere regels en structuren

Door de uitgavenbeheersing onder de regering Michel zijn de overheidsuitgaven (excl. rentelasten) al wat teruggevallen van 52,6% van het bbp in 2013 tot iets minder dan 50% in 2017. Maar met een overheidsbeslag van ongeveer de helft staat België nog altijd op de 4de plaats in de EU en zitten we meer dan 5 procentpunt bbp boven het EU-gemiddelde. Bovendien is de begroting van alle Belgische overheden nog altijd structureel deficitair ten belope van circa 1% van het bbp. Ons land torst eveneens nog altijd een overheidsschuld van om en bij 100% van het bbp en een zware vergrijzingslast.

Bovendien liggen de publieke investeringen in infrastructuur in België op een bedroevend laag peil dat nauwelijks volstaat voor normaal onderhoud. Er is dus een grote nood aan minder lopende uitgaven op ALLE overheidsniveaus én aan een verschuiving richting groeiversterkende investeringen. De grote pensioneringsgolf bij het overheidspersoneel en een aantal nieuwe digitale technologieën bieden daarbij grote kansen.

 

We roepen de volgende regeringen op om

  • eerst na te gaan of alle door de overheden opgenomen taken: 1) nog absoluut noodzakelijk zijn en 2) niet beter door of i.s.m. de privésector kunnen worden verricht. Voor de aldus geïdentificeerde kerntaken dient een meerjarig en op initiële audits gebaseerd efficiëntiepact te worden uitgewerkt in samenwerking met de leidinggevenden, dat de lopende overheidsuitgaven op 5 jaar tijd met 5 procentpunt bbp terugdringt met een even goede of betere kwaliteit van de dienstverlening. Een globaal politiek akkoord moet hieromtrent bij de start van de legislatuur onderhandeld worden;
  • bij de uitkeringsregimes in de sociale zekerheid nog meer in te zetten op activering en herinschakeling op de arbeidsmarkt (ook voor 55-plussers), en de uitgaven in de gezondheidszorg onder controle te houden, o.a. door meer gebruik te maken van forfaitaire financieringssystemen in de strijd tegen overconsumptie;
  • de verlaging van de lopende overheidsuitgaven o.a. aan te wenden om de begroting structureel in evenwicht te brengen, de overheidsschuld te doen dalen tot beduidend onder 100% van het bbp en ons land zo voor te bereiden op de verdere impact van de vergrijzing;
  • het nationaal strategisch investeringspact ten uitvoer te leggen dat onze infrastructuur opnieuw op een aanvaardbaar niveau brengt. Daarbij kan worden gedacht aan een “fast track”-vergunningsprocedure voor strategische investeringsprojecten. Daarbij dient ook op een proactieve wijze meer gebruik te worden gemaakt van systemen van publiek-private samenwerking (pps);
  • een nieuw elan te geven aan de strijd tegen de administratieve lasten. Na een continue daling van de administratieve lasten voor bedrijven tussen 2002 en 2008 zijn die tussen 2008 en 2016 immers weer opgelopen tot bijna 6 miljard euro. De verantwoordelijkheid hiervoor kan best mee bij de premier worden gelegd aangezien veel transversale acties nodig zijn.