Minder jeugdwerkloosheid betekent meer werkervaring voor jongere arbeidskrachten en meer kansen op de arbeidsmarkt

Ieder jong talent ontwikkelen en begeleiden naar werk en ondernemerschap

Bij het lanceren van het ‘Young Talent in Action’–initiatief in 2015, stelde het VBO een vermindering van de jeugdwerkloosheid met een kwart tegen het einde van de legislatuur tot doel (in 2015 bedroeg die 22,1%, in 2017 19,4% en het te bereiken doel in 2019 is 16,6%). Eén op elf jongeren volgt nog steeds geen opleiding, is niet ingeschreven in het onderwijs, of is niet aan het werk en heeft geen vooruitzicht daarop (zgn. NEET).

De beeldvorming van jongeren over werken en ondernemen start al op jonge leeftijd. Die thema’s moeten meteen voldoende aandacht krijgen in de opvoeding en het lager, middelbaar én hoger onderwijs. Ouders en leerkrachten hebben daarin een rol te spelen en moeten daarbij worden betrokken.

Het onderwijs- en integratiebeleid moeten bovendien specifieke aandacht besteden aan jongeren met weinig toekomstperspectieven (cf. NEET), in het bijzonder in steden en gemeenten met een hoge werkloosheidsgraad.

 

Jongeren betere kansen geven, vergt een nog betere samenwerking tussen onderwijs, arbeidsmarkt en bedrijven

  • Naast het overbrengen van kennis, zet het onderwijs best in op toekomstgerichte competenties en attitudes (digitale en soft skills, ondernemend gedrag, leren, probleemoplossend vermogen, omgaan met verandering), om jongeren niet louter klaar te stomen voor een ‘job’, maar te wapenen voor de toekomst.
  • Info over arbeidsmarkt en ondernemerschap op school (bv. eenmaal per jaar door de bemiddelingsdiensten of i.s.m. werkgeversorganisaties, of in een apart vak daarover) leidt tot een betere studiekeuze en opent extra perspectieven.
  • STEM-richtingen, TSO en BSO opwaarderen en stimuleren, bij jongens én bij meisjes, is nodig. Deze richtingen zijn geen tweede keuze, maar volwaardige opleidingen die mooie perspectieven bieden op een boeiende loopbaan: bedrijven hebben deze profielen immers broodnodig, nu en in de toekomst.
  • Dit geldt ook voor het duaal leren, dat snel verder moet worden versterkt en verbreed als volwaardig onderwijstraject in diverse onderwijsrichtingen en -niveaus en, zoals in het buitenland, jongerentewerkstelling ten goede zal komen.
  • Meer praktijklessen, betere uitrusting (materiaal, technologie, ICT, …) van scholen en studierelevante werkervaring via stages en bijbanen, moeten de opleiding meer praktijkgericht en boeiender maken en de tewerkstellingskansen en inzetbaarheid van jongeren vergroten.
  • Verlaag de systematische uitval of mislukkingen in het hoger onderwijs door de invoering van een niet-bindende oriëntatieproef.
  • Versterk, in het licht van een grotere inzetbaarheid, een hogere arbeidsmobiliteit en een steeds meer globaliserende samenleving, een goede actieve en passieve kennis van de tweede landstaal, en verruim de mogelijkheden van Engelstalige lessen in het (hoger) onderwijs.