Minder lasten op arbeid betekent meer competitieve bedrijven en private tewerkstelling

Blijven werken aan competitieve loonkosten in een uiterst competitieve wereld

De maatregelen van de regering Michel I hebben de absolute loonkostenhandicap van onze bedrijven t.o.v. de 3 buurlanden doen afnemen van bijna 17% in 2013 tot nog ongeveer 11% in 2018. Dit heeft geleid tot een toename van onze buitenlandse- marktaandelen, een stevigere economische groei en dito job­creatie in de privésector. Het werk is daarmee echter nog niet af.

De resterende handicap van meer dan 10% weegt nog elke dag op ons exportpotentieel, op onze competitiviteit op de binnenlandse markt en op onze aantrekkelijkheid voor investeringen. En tegenover landen in Zuid- of Oost-Europa en Azië is onze handicap nog een stuk groter. Tegelijk is het niet zo dat onze werknemers netto veel meer verdienen dan hun collega’s in de 3 buurlanden. Het probleem zit nog steeds in de grote wig tussen de loonkost voor de werkgever en wat de werknemer netto overhoudt. Om die loonwig te verkleinen en onze absolute loonkostenhandicap verder te doen dalen, stellen we eenzelfde inspanning voorop als tijdens de regering Michel I, met name een verdere verlaging van deze handicap met 6%-punten van 11% nu tot 5% aan het einde van de volgende legislatuur.

 

Daartoe dient de nieuwe regering

  • alle patronale RSZ-bijdragen verder te verlagen van maximaal 25% vandaag tot een niveau van maximaal 20%. Bovendien moeten alle specifieke SZ- en solidariteitsbijdragen (bv. op winstpremies, niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen, …) ook naar een niveau van maximaal 20% evolueren;
  • als best mogelijke oplossing het automatisch indexeringsmechanisme af te schaffen en de discussie over inflatiecompensatie deel te laten uitmaken van het sociaal overleg. Als het indexeringsmechanisme toch behouden blijft, dient het grondig hervormd te worden. Er moet minstens worden overwogen om de impact ervan niet te laten stijgen boven het bij het IPA vastgelegde, verwachte indexeringsniveau. Dit kan gebeuren door, wanneer het verwachte indexeringsniveau al in de loop van een IPA-periode wordt bereikt, de index tijdelijk te blokkeren tot het einde van die IPA-periode. Er kan ten slotte ook worden gedacht aan het valoriseren van de index-enveloppe voor nuttiger doeleinden zoals bv. mobiliteit, aanvullende pensioenen, … ;
  • de hervormde wet van 96 (maart 2017) bij te sturen zodat de methodologie voor de berekening van de absolute loonkostenhandicap door de regering ondubbelzinnig wordt vastgelegd en er een duidelijk traject inzake afbouw van die effectieve handicap wordt voorzien.